Proefschrift over vruchtbaarheid na behandeling voor Hodgkinlymfoom

Behoud van vruchtbaarheid na behandeling van Hodgkinlymfoom is sterk afhankelijk van het soort behandeling dat gegeven is. Bij vrouwen is leeftijd bij start van behandeling ook een zeer belangrijke factor. Bij het krijgen van kinderen na behandeling lijken ook persoonlijke overwegingen een belangrijke rol te spelen. En door voor de behandeling zaadcellen in te laten vriezen, hebben mannen met een Hodgkinlymfoom twee keer zoveel kans om na behandeling vader te worden als mannen die dat niet doen. Dat concludeert Marleen van der Kaaij in haar promotieonderzoek naar vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid onder mannen en vrouwen die behandeld zijn voor Hodgkinlymfoom, getiteld "Fertility in Hodgkin lymphoma survivors."

Chemotherapie en (on-)vruchtbaarheid
Oudere chemotherapieschema's voor Hodgkinlymfoom, zoals MOPP en MOPP-ABV(D), bevatten alkylerende middelen, waarvan inmiddels bekend is dat ze erg slecht zijn voor de vruchtbaarheid. Ook een nieuwer schema dat gebruikt wordt voor de gevorderde stadia van de ziekte, escalated BEACOPP, bevat alkylerende middelen.

Deelnemers
Van der Kaaij deed haar onderzoek in een grote groep Hodgkin-overlevenden, die tussen 1964 en 2004 werden behandeld in één van de wetenschappelijke onderzoeken van de lymfomen groep van de EORTC (European Organisation for Research and Treatment of Cancer). Alle ex-patiënten die nog in leven waren kregen een vragenlijst thuisgestuurd, met vragen over onder meer vruchtbaarheid. Dit leverde ruim 2000 antwoorden uit meerdere Europese landen op. Daarnaast waren van sommige patiënten gegevens over vruchtbaarheid beschikbaar die waren verzameld tijdens de oorspronkelijke onderzoeken.

Resultaten: mannen
60% van de mannelijke patiënten bij wie de alkylerende chemotherapie was gebruikt, had na 32 maanden nog een afwezige of afwijkende spermaproductie, tegenover 3-8% in de groep bij wie geen alkylerende chemotherapie was gebruikt.
Voor mannen bestaat er de mogelijkheid om zaadcellen te laten invriezen voor de behandeling. Deze methode blijkt de kans voor mannen om vader te worden te verdubbelen.

Resultaten: vrouwen

Bij vrouwen werd onderzocht wanneer zij in de overgang (menopauze) kwamen, waarmee zij onvruchtbaar worden en blijven. Bij vrouwelijke patiënten die met alkylerende chemotherapie waren behandeld, had 60% de menopauze voor het 40ste jaar, tegenover 3-6% zonder alkylerende chemotherapie. Leeftijd bij start van de behandeling speelt een belangrijke rol. Vrouwen die ouder zijn bij start van de behandeling hebben een grotere kans op een vervroegde menopauze. Voor vrouwen die voor hun 32e behandeld zijn zonder alkylerende chemotherapie, is de kans op vervroegde menopauze minimaal.
Als de menstruatie na behandeling terugkeert, hebben jongere vrouwen uiteindelijk een net zo grote kans op een vroegere menopauze. Het is belangrijk dat vrouwelijke ex-patiënten zich bewust zijn van de mogelijke verkorting van de vruchtbare periode.

Marleen van der Kaaij
Marleen van der Kaaij (Heemstede, 1981) studeerde Geneeskunde en Farmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Hematologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij werkt inmiddels als internist in opleiding in het VU Medisch Centrum in Amsterdam.
 

Marleen van der Kaaij tijdens haar promotie
Foto: Sonny Tiwow